SEO Economisch Onderzoek heeft zich kritisch uitgelaten over het rapport van de Nederlandse Mededingingsautoriteit over de rol van verzekeraars op de markt voor auto(ruit)schade-hersteldiensten. Het onderzoeksbureau vindt dat dit in april 2009 verschenen NMa-rapport is gebaseerd op a) onvolledig, b) onbetrouwbaar en c) niet objectief marktonderzoek. Daarom vindt zij ook dat de fundamenten zijn weggenomen voor de mededingingrechtelijke conclusies die de NMa heeft getrokken.
Het onderzoeksbureau is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. Het gewraakte onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Vereniging Autoglas Specialisten Nederland VASNED, de brancheorganisatie voor gespecialiseerde bedrijven op het gebied van autoglasvervanging en -reparatie. VASNED vond al dadelijk na het verschijnen dat grote vraagtekens moesten worden gezet bij de conclusies van NMa. Die visie is nu door SEO Economisch Onderzoek van wetenschappelijke onderbouwing voorzien.
De kartelautoriteit heeft naar eigen zeggen in de laatste jaren veel tips, signalen en klachten ontvangen over oneerlijke praktijken in de wereld van het herstellen van autoschade, waaronder schade aan autoglas. Veel van die signalen hadden betrekking op de manier waarop verzekeraars schade ‘sturen’. Veel klagers vinden dat daardoor oneerlijke concurrentie ontstaat. Via een marktanalyse probeerde de NMa inzicht te geven in de verhoudingen tussen verzekeraars en schadeherstelbedrijven. De conclusie van NMa op basis van haar eigen onderzoek was dat de verplichtingen die verzekeraars opleggen om bij bepaalde bedrijven schade te laten herstellen maar zo weinig voorkomen dat er niet van oneerlijke praktijken kan worden gesproken. De gronden voor die conclusie zijn nu door SEO onderuit gehaald.
Prof. Jules Theeuwes, Algemeen Directeur van SEO Economisch Onderzoek gaf een opsomming van zijn kritiekpunten. “Zo mag je van een marktanalyse verwachten dat daarvoor de hele markt wordt bevraagd. In het marktonderzoek zijn de consumenten over het hoofd gezien, zijn de polisvoorwaarden van de verzekeringsmaatschappijen niet meegenomen en is de relatie tussen die verzekeraars en hun preferred suppliers niet beoordeeld. Dat noem ik onvolledig onderzoek”. Een ander voorbeeld van de Amsterdamse hoogleraar sloeg op het door de NMa vermengen van schattingen en feitelijke cijfers bij het meten van de schadestromen. “De onzekerheden die daaruit ontstaan kunnen grote gevolgen voor de uitkomst van het onderzoek hebben”.
De opstellers van het NMa rapport konden om begrijpelijke redenen van tijd niet inhoudelijk op de kritische beoordeling inhaken. Zij moesten zich tijdens de bijeenkomst in Nieuwspoort in Den Haag beperken tot een feitelijke toelichting op het rapport. “Toch waardeerden wij het dat de NMa medewerkers daartoe bereid waren”, zegt VASNED-voorzitter Pim de Ridder. “En de bevestiging uit de mond van de NMa-woordvoerder dat de grootschalige halvering van het eigen risico op zich een prijsafspraak is, gaf toch en-passant verduidelijking waarnaar wij op zoek zijn”.
Heikel punt in de gevolgtrekking uit het NMa-rapport blijft volgens VASNED dat slechts 16% van de autoglasschademarkt door verzekeraars zou worden gestuurd. De Ridder zegt toch een kleine beweging daaromtrent bij NMa te zien. “Toen na de presentatie vanuit het publiek werd voorgerekend dat het om een sturing van zeker wel 97% moet gaan zwegen de vijf NMa-vertegenwoordigers in alle talen”, besluit hij met een knipoog.







